[vc_row][vc_column][vc_column_text]

De kans is groot dat je dialogen vóór het schrijfproces niet meteen als een struikelblok beschouwt. Je hebt namelijk dagelijks talloze gesprekken, dus je weet toch hoe een gesprek er moet uitzien en hoe je het neerschrijft?

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”20px”][vc_column_text]

Een van de eerste manuscripten die ik als corrector in mijn handen kreeg, was dialoog-gewijs niet volledig in orde. Als corrector was het natuurlijk niet mijn taak om hier verandering in te brengen, maar mijn vingers jeukten. Op dat moment was ik nog niet erg bedreven in de technische kant van het schrijven; ik kon daardoor voor mezelf niet meteen aanwijzen waar de fout lag.

Maar wanneer ik besef dat ik iets niet weet, doe ik er alles aan om die kennis zo snel mogelijk te vergaren en te beheersen. Op dat gebied ben ik als een spons – met dat verschil dat mijn inhoud niet verdwijnt door in me te nijpen.

Sinds dat eerste manuscript heb ik mijn kennis sterk aangescherpt en ik kan met vertrouwen zeggen dat ik nu wél weet hoe je een dialoog lezers-vriendelijk maakt. En die kennis wil ik graag met je delen.

In dit artikel beschrijf ik 11 veelvoorkomende fouten die schrijvers maken in hun dialogen. Vermijd deze en je dialogen zullen met veel plezier gelezen worden.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”20px”][ld_fancy_heading tag=”p” tag_to_inherite=”h5″ use_inheritance=”true” color=”#bf6d33″]Blijf zeker lezen tot het einde, want bij de laatste fout staat een erg handige tip![/ld_fancy_heading][vc_empty_space height=”20px”][vc_single_image image=”7392″ img_size=”medium” alignment=”center” style=”vc_box_shadow_3d”][vc_empty_space height=”20px”][vc_column_text]

1. Onnatuurlijke dialogen

De meeste gesprekken die je in het echte leven voert zijn zoals ping pong; de zinnen vliegen over en weer tussen de verschillende gesprekspartners. Zelden zul je een lang epistel afsteken, tenzij je net thuiskomt van je werk en je huisgenoot graag een volledige briefing krijgt.

Vermijd in geschreven dialogen dan ook zulke zinnen. Maak ze niet te lang en niet te ingewikkeld.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

2. Té natuurlijke dialogen

Tja, ik weet het… Net zei ik nog dat je een dialoog niet onnatuurlijk mag laten klinken, en nu zeg ik dat het ook niet te natuurlijk mag zijn. Make up your mind, woman! Het gaat erom dat je die perfecte balans moet vinden.

Neem maar eens een gesprek op. Welk woord zul je het meest horen? Euhm…

Inderdaad! ‘Euhm…’ komt ontzettend vaak terug in onze gesproken taal, net zoals zo veel andere woorden. Hoewel dit heel natuurlijk is, is het erg vervelend om te lezen.

In series en films zie je hiervan vaak mooie voorbeelden voorbijkomen. Wanneer er een telefoongesprek plaatsvindt waarin persoon A persoon B mee op date vraagt, zul je ze nooit horen spreken over de specifieke details. Waar? Wanneer? Wordt niet besproken. Het telefoontje zal ook nooit afgesloten worden met ‘Daaaag!’

Dialogen hoeven geen perfecte weergave van de realiteit te zijn. Ze moeten wél realistisch klinken voor je lezers.[/vc_column_text][vc_empty_space height=”20px”][vc_column_text]

“[It is] highly selective language that sounds like it could be real. [It is] always more intelligent, wittier, more metaphorical, and better argued than in real life.”

– The Anatomy of Story, John Truby

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

3. Niet van elkaar te onderscheiden personages

Er is niets vervelenders dan midden in een dialoog niet meer weten welk personage er aan het woord is. Zorg er dus voor dat élk personage een herkenbare stem heeft. Hij of zij zou een ander spraakpatroon moeten hebben, of een andere soort woordenschat kunnen gebruiken. Hierdoor kun je ook interessante details over je personages naar voren schuiven, zoals het niveau van hun opleiding.

Om hier een beter zicht op te krijgen, kun je voor elk personage nadenken over de volgende zaken:

  1. Gebruiken ze bepaalde stopwoordjes of zijn er zinnen die ze vaak gebruiken? Let er wel weer op om deze niet té veel te gebruiken, maar het kan een handige manier zijn om aan te duiden welk personage aan het woord is.
  2. Zijn er woorden die ze misschien nooit gebruiken? Een gelovig persoon zal bijvoorbeeld nooit vloeken. Vloekwoorden vervangen zulke personages dan door andere woorden, zoals ‘potvolkoffie’. Een preuts personage zal het moeilijk hebben om over seks te praten en zal misschien eerder zeggen dat ze ‘hun liefde tonen voor elkaar op een lichamelijke manier’.
  3. Hechten ze belang aan beleefdheid? Zullen ze een verzoek op een beleefde manier formuleren of zullen ze eerder om dingen ‘eisen’?

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

4. Te veel verschillende dialooglabels

Dialooglabels? Wat is dat? Denk aan ‘zei hij’ of ‘vroeg ze’.

Het kan misschien saai lijken om het enkel te houden bij ‘zeggen’ en ‘vragen’. Toch hoeven dialooglabels niet omschrijvend te zijn; ze hebben een louter functionele functie. Desondanks kiezen veel schrijvers vaak voor inspirerendere omschrijvingen, zoals – sprak ze uit’, ‘oreerde hij’ en ‘uitte ze boos’ – die de lezer alleen maar afleiden.

Omschrijvende dialooglabels gaan in conflict met de eigenlijke inhoud van je dialoog. Natuurlijk moet je de reacties van de personages omschrijven, maar in principe heb je daarvoor geen afleidende dialooglabels nodig.

Houd het dus bij ‘zeggen’ en ‘vragen’, met een occasionele ‘verzuchten’ of ‘roepen’ wanneer het echt nodig is.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

5. Niet duidelijk maken wie aan het woord is

Het is niet nodig om aan élke zin een dialooglabel toe te voegen, dit kan al snel vervelend en repetitief aanvoelen. Maar zeker in langere gesprekken is het belangrijk dat je op een of andere manier aanduidt wie aan het woord is.

Naast een unieke stem voor belangrijke personages en dialooglabels kun je dit ook op een andere manier duidelijk maken. Je kunt bijvoorbeeld een actie of een gedachte toevoegen in plaats van een dialooglabel.

Voorbeeld:

A. ‘Wat wil je nu eigenlijk van me?’ vroeg Rachel terwijl ze de pan iets te hard op tafel neerzette.

B. ‘Wat wil je nu eigenlijk van me?’ Rachel zette de pan iets te hard neer op tafel.

In beide zinnen breng je dezelfde boodschap over, het enige verschil is het dialooglabel. Op deze manier kun je meer afwisseling brengen in je dialogen en hoef je niet steeds ‘zeggen’ of ‘vragen’ te gebruiken om tóch duidelijk te maken wie aan het woord is.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

6. Namen gebruiken in dialogen

Het is eerder ongewoon om mensen hun namen te gebruiken wanneer we met elkaar in gesprek zijn. We doen dit enkel wanneer we iemands aandacht willen trekken of een punt willen maken. De naam van een personage gebruiken enkel en alleen om hun identiteit aan te duiden, is geen goed idee. Het komt namelijk allesbehalve natuurlijk over.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

7. Te veel informatie overbrengen

Een dialoog is het perfecte middel om je verhaal voort te stuwen. En om dit te doen, moet er nieuwe informatie komen bovendrijven. Wat je echter niet mag doen, is té veel informatie onthullen in één dialoog, want dan bestaat de kans dat je de lezer verwart en bedelft onder al die nieuwe info.

Je maakt het in zo’n geval ook moeilijk voor jezelf. Wanneer personages te veel nieuwe info krijgen in één gesprek, is het moeilijk om te bepalen met welke informatie je als eerst aan de slag gaat en waarom. Want waarom is dit ene stukje info belangrijker dan het andere?

Bijvoorbeeld: in een gesprek leert je protagonist dat haar buurvrouw gestorven is én haar poetsvrouw haar kostbaar familie-erfstuk gestolen heeft. Hoe beslis je wat je personage gaat doen? Welk probleem gaat ze eerst aankaarten?

Om dit te vermijden zorg je er best voor dat elk dialoog maar één doel heeft – een doel dat het verhaal voortstuwt – en dat duidelijk is wat de volgende stap is voor je personage.

Onthul je informatie beetje bij beetje, niet allemaal in één keer.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

8. Onnodige dialogen

Vermijd dialogen waarin personages elkaar dingen vertellen die ze al weten, met het doel om deze info over te brengen aan je lezer. Er zijn andere en betere manieren om deze info tot bij je lezer te krijgen. Gebruik ook geen dialoog om iets te vertellen wat je ook kan tonen door een actie.

Je mag best wat vertrouwen hebben in je lezers. Dialogen met subtekst zijn zeker oké. Dialogen die niet alles woord voor woord voorkauwen voor je lezer, zijn meer dan oké.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

9. Geen narratieve omschrijvingen gebruiken

In punt 5 vertelde ik al dat het toevoegen van acties of gedachten een manier is om het overdadige gebruik van dialooglabels te omzeilen. En eigenlijk is dit niet zomaar een optie; ik raad ten stelligste aan om dit regelmatig te doen. Narratieve omschrijvingen maken namelijk een essentieel deel uit van je dialogen.

Sommige schrijvers zien een dialoog als enkel het verbale, en dan krijg je lijn na lijn gewoon een dialoog, met hier en daar een dialooglabel. Op deze manier krijg je een ‘blinde’ lezer. Hij kan enkel lezen wat er gezégd wordt, maar ziet niet wat er gebéúrt. De lezer heeft in dat geval geen enkel idee van de setting errond. Je personages kunnen evengoed boven op een vulkaan staan of op de Noordpool staan bevriezen.

Naast het schetsen van de setting, kun je ook de acties en gedachten van je personages beschrijven. Hoe reageren ze op elkaar? Welke bewegingen maken ze? Hoe verhouden ze zich tot elkaar in de ruimte?

Je hoeft niet elk detail te omschrijven, maar het is wel belangrijk dat je lezer een duidelijk beeld heeft van de setting en de acties en reacties van je personages.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

10. Vertellen in plaats van tonen

De Engelse variant hiervan (show, don’t tell) is welbekend binnen de schrijversgemeenschap. En het zou ook heel de tijd door jouw gedachten moeten gaan wanneer je schrijft. Het is namelijk zó gemakkelijk om hier fouten tegen te maken.

Voor je het weet, zegt een van je personages ‘ik ben verdrietig’, en je hebt al gezondigd tegen dit belangrijk principe. En hoe accuraat het ook kan zijn, het is allesbehalve omschrijvend en al zeker niet interessant om te lezen.

In het echte leven verloopt 90% van onze communicatie non-verbaal. Je kunt dus niet enkel vertrouwen op de woorden van je personages om de boodschap over te brengen. Je lezer heeft de behoefte om te weten hoe iets wordt gezegd, wat je personage aan het doen is terwijl ze het zegt en nog meer non-verbale elementen die een beeld schetsen van de context. Want context is alles.

Wanneer je dialoog schrijft, moet je er dus op letten dat je omschrijvingen toevoegt die de toon, stemming, fysieke reactie en het humeur van je personage duidelijk maken.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”40px”][vc_column_text]

11. Je dialoog heeft geen doel

Een dialoog is geen goed middel om je boek wat op te vullen. Sterker nog: NIETS mag dienen als opvulling van je boek. Geen enkele zin of geen enkel woord in je boek mag overbodig zijn.

Dialogen hebben drie mogelijke doelen in een verhaal:

  1. Het verhaal voortstuwen;
  2. Een belangrijk aspect onthullen over je personages of een nieuw personage introduceren;
  3. Tonen van conflict of spanning.

Om er zeker van te zijn dat je dialoog écht een doel heeft, kun je jezelf volgende vragen stellen:

  • Wat is het punt van het gesprek tussen deze personages?
  • Hoe stuwt deze scène mijn verhaal voort?
  • Verhoogt deze scène de spanning in mijn verhaal?
  • Wordt er iets over de personages onthuld in deze scène?

Wanneer het antwoord op al deze vragen een dikke, vette NEE is, is de kans groot dat je dialoog geen doel heeft en volledig geschrapt kan worden.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”20px”][vc_column_text]

Zoals je ziet is het schrijven van een dialoog niet zo simpel als het lijkt. Er zijn een heleboel elementen waarmee je rekening moet houden om je dialogen natuurlijk, geloofwaardig, nuttig en interessant te maken. Maar met deze lijst bij de hand wordt het in ieder geval een stuk makkelijker.

[/vc_column_text][vc_empty_space height=”20px”][ld_fancy_heading tag=”p” tag_to_inherite=”h5″ use_inheritance=”true” color=”#bf6d33″]⬇️Wil je meteen aan de slag met het schrijven van je boek? Vul hieronder je gegevens in en download het handige actieplan (met checklist) dat je door het schrijfproces loodst. ⬇️[/ld_fancy_heading][vc_empty_space height=”20px”][vc_column_text][convertkit][/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]